Sorteer op

⭐ Klanten beoordelen Surinaamse-Tonka Cosmetics gemiddeld met een 9,6/10 via Kiyoh.
👉 Lees hier de ervaringen van honderden tevreden klanten: Kiyoh beoordelingen van Surinaamse-Tonka Cosmetics

Veel vragen over natuurproducten komen steeds terug. Daarom hebben wij een uitgebreide Referentiepagina Natuurproducten samengesteld. Hier vindt u achtergrondinformatie over kwaliteit, natuurlijke variatie, houdbaarheid en bewerking. U kunt direct naar de sectie gaan die aansluit bij uw vraag of interesse.

👉 Bekijk de Referentiepagina Natuurproducten: https://www.surinaamse-tonka.nl/c-7817774/referentiepagina-natuurproducten/

Shilajit: werking, fulvinezuur, humuszuren en de wetenschap erachter

Shilajit is een natuurlijke substantie die voorkomt in berggebieden zoals de Himalaya, Altai, Kaukasus en delen van Centraal-Azië. Het ontstaat gedurende zeer lange tijd door de afbraak en omzetting van plantaardig materiaal onder invloed van druk, temperatuur, micro-organismen en geologische processen.

Tijdens warme periodes komt Shilajit als een donkere, harsachtige substantie uit spleten in gesteenten naar buiten. Daarom wordt het soms natuurlijke berghars genoemd, hoewel het geen hars is zoals bijvoorbeeld dennenhars.

Shilajit wordt al eeuwenlang gebruikt binnen traditionele gezondheidssystemen, waaronder de Ayurveda. Daar wordt het traditioneel geassocieerd met vitaliteit, herstel en algemeen welzijn.

Moderne analyses laten zien dat Shilajit geen afzonderlijke stof is, maar een complexe natuurlijke matrix die onder meer bestaat uit:

  • fulvinezuren;
  • humuszuren;
  • dibenzo-α-pyronen (DBP's);
  • mineralen en spoorelementen;
  • diverse organische verbindingen.

Juist deze combinatie van samenwerkende componenten maakt Shilajit tot een complex natuurproduct, in plaats van een supplement dat zijn werking aan één geïsoleerde stof ontleent.

Waar komt Shilajit vandaan?

Shilajit wordt gevonden in verschillende berggebieden, waaronder de Himalaya, Altai, Kaukasus en delen van Centraal-Azië. Hoewel de samenstelling per regio kan verschillen, ontstaat het overal via hetzelfde basisproces: de langzame afbraak en omzetting van organisch materiaal onder invloed van geologische en microbiologische processen.

Binnen de Ayurveda staat deze substantie bekend als Shilajit. In andere regio's worden benamingen gebruikt als Mumijo, Mumie en Moomiyo.

De uiteindelijke samenstelling wordt beïnvloed door onder meer bodemgesteldheid, klimaat, hoogte, geologie en microbiële activiteit. Daardoor bestaat er niet één universele vorm van Shilajit. Producten kunnen onderling verschillen in kleur, geur, smaak, consistentie en samenstelling.

Ook het zuiveringsproces speelt een belangrijke rol. Ruwe Shilajit kan naast waardevolle bestanddelen ongewenste stoffen bevatten, zoals zware metalen en bacteriën. Deze worden tijdens de zuivering verwijderd voordat Shilajit als supplement wordt aangeboden.

Hoe wordt Shilajit in de Himalaya gewonnen?

Wij zijn zelf in Nepal en het Himalayagebied geweest en spraken daar met mensen die Shilajit daadwerkelijk uit de bergen halen. De werkelijkheid achter de winning is een stuk minder romantisch dan het beeld dat vaak rond Shilajit wordt gecreëerd.

Onze Shilajit komt uit een keten waarin de winning traditioneel wordt uitgevoerd door Dolpo- en Sherpa-oogsters.

De belangrijkste winplaatsen liggen grofweg tussen 3.500 en 4.500 meter hoogte. In deze zone komen verschillende omstandigheden samen. Er is nog voldoende organisch materiaal aanwezig en tijdens de warmere maanden kan de zon de rotswanden sterk genoeg opwarmen om Shilajit uit spleten in het gesteente naar buiten te laten komen.

Door de sterk gegroeide vraag zijn veel gemakkelijker bereikbare winplaatsen lager in de bergen al intensief benut. De winning is daardoor steeds verder verschoven naar hoger gelegen en moeilijker bereikbare rotswanden.

Ook rond 5.000 meter wordt Shilajit gewonnen, maar daar worden de omstandigheden veel kritischer. De ligging van de rotswand en het aantal uren directe zon spelen dan een grote rol. Een gunstig gelegen wand kan voldoende opwarmen, terwijl een andere plek op vrijwel dezelfde hoogte nauwelijks geschikt is.

Sommige aanbieders claimen dat hun Shilajit op 5.500 meter of zelfs nog hoger wordt gewonnen. Dat is geen realistische winningshoogte. Boven ongeveer 5.000 meter wordt het te koud om het gesteente tijdens het oogstseizoen voldoende door de zon te laten opwarmen en bevindt men zich rond de uiterste grens waar nog voldoende organisch materiaal aanwezig is voor de vorming van Shilajit. Rond 5.000 meter kan een uitzonderlijk gunstig gelegen, sterk zonbeschenen rotswand nog Shilajit opleveren.

Claims dat Shilajit op 5.500 meter of hoger wordt gewonnen, kloppen daarom simpelweg niet met de omstandigheden in de Himalaya.

Het oogstseizoen

Het oogstseizoen loopt grofweg van juni tot augustus, voor zover het bergweer het toelaat.

Voordat de oogsters vertrekken, controleren zij via een lokale Nepalese weerapp de weersverwachting. Dat blijft belangrijk, want hoog in de Himalaya kan het weer binnen zeer korte tijd onverwacht omslaan. Hoewel er in de bergen mobiele dekking aanwezig is, wordt het bereik richting 5.000 meter steeds minder betrouwbaar.

Ook de klimroutes worden voor het begin van het seizoen gecontroleerd. Op de winplaatsen zijn lijnen, ankerpunten en soms touwladders aan de rotswanden bevestigd die ieder jaar opnieuw worden gebruikt. Na de winter worden deze eerst geïnspecteerd. Waar nodig worden lijnen vervangen of nieuwe ankerpunten in het gesteente aangebracht.

Met hamer en beitel tegen de rotswand

Naarmate de oogsters hoger komen, verandert het karakter van de berg en worden de rotswanden steeds steiler.

Een oogster klimt met zijn uitrusting, een rugzak, hamer en beitel naar de winplaats. Daar moet hij, gezekerd aan de rotswand of staand op een touwladder, het Shilajit-rijke gesteente loshakken. De stukken gesteente moeten vervolgens terwijl hij aan de wand werkt in zijn rugzak worden verzameld.

Een volle rugzak kan uiteindelijk 15 tot 20 kilogram wegen. Daarmee volgt de zware tocht terug naar beneden.

Pas daar wordt duidelijk hoeveel de inspanning werkelijk heeft opgeleverd.

De verzamelde lading bestaat namelijk niet uit pure Shilajit, maar uit gesteente waarin Shilajit aanwezig is. Hoeveel bruikbaar materiaal uiteindelijk overblijft, verschilt sterk per lading. Een oogster kan 15 tot 20 kilogram Shilajit-rijk gesteente van de berg meenemen, terwijl na de eerste verwerking bijvoorbeeld maar 5 kilogram bruikbaar materiaal overblijft.

Dat kan een grote teleurstelling zijn. De klim, het zware werk tegen de rotswand en de risico's van het bergweer zijn dan immers al achter de rug.

Shilajit winnen vraagt veel van de mensen die dit werk doen, zowel lichamelijk als mentaal.

Van Shilajit-rijk gesteente naar hars

Na de winning worden de verzamelde brokken in schoon bergwater gebracht. Shilajit lost op in het water, terwijl gesteente en ander grof materiaal achterblijven.

Het Shilajit-rijke water wordt vervolgens door katoenen doeken gefilterd om fijner materiaal zoals mos, plantenresten en andere deeltjes te verwijderen.

Daarna moet het water weer uit het mengsel verdwijnen. Sommige producenten gebruiken daarvoor warmte en koken het water uit. Bij onze Shilajit gebeurt dat niet. Het Shilajit-rijke water wordt zonder uitkoken geconcentreerd totdat uiteindelijk de karakteristieke donkere Shilajit-hars overblijft.

De keerzijde van de populariteit van Shilajit

Het geromantiseerde beeld van Shilajit als een bijzondere substantie uit de hoge Himalaya heeft de westerse vraag naar het product sterk aangejaagd. Maar achter die groeiende markt zit een werkelijkheid die veel minder romantisch is.

Het belangrijkste winningsgebied van Nepal ligt in het arme westen van het land. Daar zijn berggemeenschappen voor hun inkomen mede afhankelijk van wat de bergen opleveren.

Shilajit winnen is daar zwaar en levensgevaarlijk werk. Oogsters klimmen naar steile rotswanden op grote hoogte en beschikken lang niet altijd over moderne klim- en veiligheidsuitrusting. Het zijn deze mensen die het grootste lichamelijke risico in de hele keten dragen.

Maar zij bepalen niet wat hun werk waard is. De opkopers dicteren de prijzen.

Door de armoede en het gebrek aan economische alternatieven hebben oogsters weinig onderhandelingsmacht. De prijzen die zij ontvangen staan niet in verhouding tot de inspanning en het levensgevaar dat met de winning gepaard gaat. Verderop in de keten wordt dezelfde grondstof verwerkt, verpakt en voor veel hogere bedragen als Himalayan Shilajit aan westerse consumenten verkocht.

Wij vinden dat uitbuiting. En de sterk gegroeide westerse vraag naar Shilajit houdt deze handelsstructuur in stand en vergroot de druk om steeds meer uit de bergen te halen.

Wie vandaag een mooi potje Himalayan Shilajit koopt, ziet meestal niets meer van de wereld waarin het product is gewonnen. Maar weet u eigenlijk wie uw Shilajit van de berg heeft gehaald, onder welke omstandigheden dat gebeurde en welk deel van de prijs uiteindelijk bij die oogster terechtkwam?

Onze eigen Shilajit wordt niet in West-Nepal gewonnen. Wij kennen onze keten en zijn zelf in Nepal geweest, waar we met mensen hebben gesproken die Shilajit daadwerkelijk uit de bergen halen.

Wat bevat Shilajit?

In tegenstelling tot veel supplementen bestaat Shilajit niet uit één werkzame stof. Het is een natuurlijke matrix waarin verschillende componenten samen voorkomen en elkaar aanvullen.

Fulvinezuur

Fulvinezuur is één van de bekendste bestanddelen van Shilajit. Het behoort tot de humusstoffen en staat bekend om zijn relatief kleine moleculaire omvang, hoge chemische activiteit en sterke bindingsvermogen. Opvallend is dat dit bindingsvermogen behouden blijft in zowel zure als meer alkalische omstandigheden.

Deze eigenschappen verklaren waarom fulvinezuur zoveel aandacht krijgt binnen onderzoek naar Shilajit.

Humuszuren

Humuszuren behoren eveneens tot de humusstoffen, maar verschillen duidelijk van fulvinezuren. Ze zijn doorgaans groter van structuur en lijken zich anders te gedragen. Waar fulvinezuren relatief mobiel zijn, wijzen onderzoeken erop dat humuszuren vooral lokaal actief blijven binnen het maag-darmkanaal.

Onderzoek naar humuszuren beschrijft onder andere veranderingen in de microbiota, darmcondities en lokale immuun- en ontstekingsprocessen. Hun rol lijkt anders dan die van fulvinezuren, maar niet minder belangrijk.

Dibenzo-α-pyronen, mineralen en spoorelementen

Dibenzo-α-pyronen (DBP's) worden beschouwd als karakteristieke bestanddelen van Shilajit. Onderzoekers brengen deze verbindingen onder meer in verband met processen rondom de darmwand, het darmmilieu en de communicatie binnen de darm-brein-as (gut-brain axis).

Welke mineralen en spoorelementen aanwezig zijn en in welke verhouding, hangt af van factoren zoals de herkomst, geologie en zuiveringsmethode. Daardoor kunnen verschillende Shilajit-producten onderling in samenstelling verschillen.

Samen wijzen deze componenten niet op één afzonderlijke werkzame stof of één enkel mechanisme, maar op een natuurlijk samenspel van verbindingen binnen het maag-darmkanaal.

Waarom wordt Shilajit gekoppeld aan ATP?

Wie zich verdiept in de werking van Shilajit, komt al snel termen tegen als ATP, mitochondriën en cellulaire energie. Volgens de populaire ATP-theorie bindt fulvinezuur mineralen en spoorelementen, transporteert deze door het lichaam en levert ze af aan de mitochondriën, waar de ATP-productie zou toenemen.

Soms wordt daarnaast beweerd dat fulvinezuur zware metalen en andere ongewenste stoffen bindt en uit het lichaam afvoert.

Om deze verklaring te laten kloppen, zou fulvinezuur echter een lange reeks biologische barrières moeten passeren. Het zou mineralen moeten binden, de maag en darm moeten overleven, in de bloedbaan terechtkomen, de lever passeren, lichaamscellen binnendringen, vervolgens de dubbele membraan van het mitochondrium passeren en daar de ATP-productie verhogen.

Het menselijk lichaam beschikt juist over uitgebreide systemen die bepalen welke stoffen worden opgenomen, getransporteerd, opgeslagen, afgebroken of uitgescheiden. De darmwand vormt een selectieve barrière, de lever verwerkt een groot deel van de opgenomen stoffen, celmembranen bepalen welke stoffen een cel binnengaan en mitochondriën beschikken bovendien over eigen transport- en beschermingsmechanismen.

Binnen de farmaceutische wetenschap wordt al tientallen jaren onderzoek gedaan naar methoden om geneesmiddelen gericht in specifieke cellen en zelfs in mitochondriën af te leveren. Dat blijkt allesbehalve eenvoudig.

Voor de volledige route die de ATP-theorie veronderstelt, is op dit moment geen wetenschappelijk vastgesteld biochemisch mechanisme gevonden dat alle opeenvolgende stappen ondersteunt.

Waar wijzen de beschikbare gegevens over Shilajit dan wel naar?

Na inname komt Shilajit niet rechtstreeks in een lichaamscel of mitochondrium terecht, maar eerst in het maag-darmkanaal.

De sterke bindingsneiging van fulvinezuur past beter bij lokale interacties, complexvorming en veranderingen binnen de darmomgeving dan bij een complexe transportroute via bloedbaan, lichaamscellen en mitochondriën.

In het maag-darmkanaal komen humuszuren, fulvinezuren en andere bestanddelen in contact met voedingsstoffen, mineralen, bacteriën, metabolieten, slijmlagen en afweermechanismen. Juist daar lijken hun eigenschappen relevant te zijn.

Onderzoeken naar humusstoffen en Shilajit beschrijven veranderingen in onder andere:

  • microbiota;
  • microbiële activiteit;
  • metabolieten;
  • darmcondities;
  • lokale immuunprocessen;
  • ontstekingsgerelateerde processen;
  • ontstekingsmarkers;
  • oxidatieve stress;
  • herstelprocessen;
  • fysiologische functies;
  • welzijnsgerelateerde uitkomsten.

Niet ieder onderzoek laat exact dezelfde resultaten zien. Opvallend is wel dat de beschreven veranderingen meestal plaatsvinden binnen of rondom hetzelfde systeem: het darmecosysteem.

Een rechtstreeks aangetoonde route waarbij fulvinezuur via de bloedbaan, lichaamscellen en mitochondriën de ATP-productie verhoogt, wordt daarentegen zelden beschreven.

Dat betekent niet dat alle werkingsmechanismen al volledig bekend zijn. Wel wijzen de beschikbare gegevens veel vaker richting lokale interacties in het maag-darmkanaal dan naar een directe werking in de mitochondriën. 

Wat rapporteren gebruikers en traditionele toepassingen?

Kijken we naar honderden openbare gebruikersreviews van verschillende Shilajit-producten, dan keren steeds dezelfde thema's terug:

  • energie;
  • vitaliteit;
  • focus;
  • mentale helderheid;
  • herstel;
  • belastbaarheid;
  • libido;
  • motivatie;
  • algemeen welzijn.

Gebruikers beschrijven onder meer meer energie gedurende de dag, minder vermoeidheid, een beter concentratievermogen, meer mentale helderheid, sneller herstel na fysieke inspanning en een groter gevoel van welzijn. Tegelijkertijd zijn de ervaringen niet voor iedereen gelijk; sommige gebruikers merken weinig of helemaal geen effect.

Negatieve ervaringen worden aanzienlijk minder vaak genoemd. Het gaat daarbij vooral om:

  • geen merkbaar effect;
  • de sterke smaak of geur;
  • lichte maag-darmklachten;
  • teleurstelling doordat verwachtingen niet werden waargemaakt.

Ernstige negatieve ervaringen komen slechts sporadisch voor binnen grote aantallen openbare gebruikersreviews.

Ook binnen traditionele gezondheidssystemen, zoals de Ayurveda en in berggebieden van Tibet, Centraal-Azië en Rusland, wordt Shilajit al generaties lang geassocieerd met vitaliteit, herstel, belastbaarheid, weerstand en algemeen welzijn.

Opvallend is dat moderne gebruikerservaringen en traditionele toepassingen onafhankelijk van elkaar grotendeels dezelfde thema's beschrijven. Dat verklaart niet direct hoe Shilajit werkt, maar laat wel zien dat deze ervaringen al werden beschreven lang voordat begrippen als ATP, mitochondriën en cellulaire energie onderdeel werden van de huidige discussie.

Shilajit en het darmecosysteem

Het menselijke darmstelsel is veel meer dan een plaats waar voedsel wordt verteerd. In de darm leeft een uitgebreid ecosysteem van bacteriën, schimmels, gisten en andere micro-organismen. Samen vormen zij de darmflora, ook wel microbiota genoemd.

Deze micro-organismen produceren stoffen die invloed kunnen hebben op de darmwand, het immuunsysteem, de stofwisseling en signalen richting het zenuwstelsel. Veranderingen binnen dit ecosysteem kunnen daardoor van invloed zijn op hoe mensen zich voelen en functioneren.

De darm vormt bovendien één van de belangrijkste contactpunten tussen het lichaam en de buitenwereld. Een groot deel van het menselijke immuunsysteem bevindt zich in en rondom het maag-darmkanaal.

De darm-brein-as (gut-brain axis) beschrijft de voortdurende communicatie tussen het maag-darmstelsel, het zenuwstelsel en de hersenen. Deze communicatie verloopt via:

  • zenuwsignalen;
  • immuunsignalen;
  • microbiële metabolieten;
  • hormonale signalen.

Veranderingen binnen het darmecosysteem blijven daardoor niet noodzakelijk beperkt tot de darm zelf. Ze kunnen doorwerken naar hoe mensen energie, welzijn, motivatie, focus en belastbaarheid ervaren.

Micro-organismen concurreren voortdurend om ruimte, voedingsstoffen en overlevingskansen. Veranderingen in de beschikbare verbindingen kunnen daarom invloed hebben op welke groepen micro-organismen beter of juist minder goed gedijen.

De beschikbare gegevens wijzen daardoor op een directere verklaring dan de populaire ATP-route. Shilajit komt na inname terecht in het darmecosysteem, waar de verschillende bestanddelen interacties aangaan met microbiota, metabolieten, voedingsstoffen en immuunprocessen. Veranderingen binnen deze omgeving kunnen vervolgens doorwerken naar het functioneren van het lichaam als geheel.

Fulvinezuur, humuszuren en de biologische balans van Shilajit

Fulvinezuur is de meest bioactieve fractie van Shilajit. Onze Shilajit bevat ongeveer 70% fulvinezuur. Dit gehalte is analytisch bepaald door de fabrikant en onafhankelijk gecontroleerd door Eurofins.

Fulvinezuur wordt vaak beschreven vanwege zijn vermogen om mineralen en metaalionen te binden. Die chemische eigenschap is belangrijk, maar beschrijft slechts een deel van wat deze fractie kan doen. Onderzoek naar fulvinezuur laat ook lokale antimicrobiële activiteit, beïnvloeding van microbiële populaties, interacties met epitheelcellen en effecten op ontstekingsgerelateerde processen zien.

Voor orale Shilajit is juist die lokale biologische activiteit interessant. Fulvinezuur hoeft niet eerst via de bloedbaan een orgaan of mitochondrium te bereiken om biologisch actief te kunnen zijn. Na inname komt het rechtstreeks terecht in het maag-darmkanaal, waar het in contact komt met micro-organismen, de darmwand, mineralen, voedingsstoffen en metabolieten.

Waarom is een hoger fulvinezuurgehalte relevant?

Het fulvinezuurgehalte bepaalt hoeveel van deze bioactieve fractie bij eenzelfde hoeveelheid Shilajit het maag-darmkanaal binnenkomt.

Bij 500 mg Shilajit met 25% fulvinezuur gaat het om ongeveer 125 mg fulvinezuur. Bij ongeveer 70% is dat 350 mg. Bij dezelfde hoeveelheid Shilajit is daarmee 2,8 keer zoveel fulvinezuur lokaal beschikbaar om tijdens de passage door het maag-darmkanaal biochemische interacties aan te gaan.

Dat geeft een hoger fulvinezuurgehalte een functionele betekenis: het vergroot de lokale biochemische beschikbaarheid van de meest bioactieve fractie van Shilajit.

Tijdens de passage verandert bovendien voortdurend de omgeving waarin deze interacties plaatsvinden. De sterk zure maag vormt een andere chemische omgeving dan de dunne en dikke darm. De pH verandert, andere verbindingen worden beschikbaar en verderop neemt ook de rol van de microbiota sterk toe. Fulvinezuur kan door zijn relatief kleine, mobiele en chemisch reactieve karakter gedurende die passage verschillende interacties aangaan.

Maar daaruit volgt niet dat meer fulvinezuur onbeperkt beter is.

Het gaat om een biologische balans

Shilajit is geen fulvinezuursupplement. Het is een natuurlijke matrix waarin fulvinezuur voorkomt naast humuszuren, dibenzo-α-pyronen (DBP's), mineralen, spoorelementen en andere organische verbindingen.

Die andere fracties verdwijnen niet uit het biologische verhaal omdat fulvinezuur de meest bioactieve fractie is. Humuszuren zijn bijvoorbeeld groter en minder mobiel dan fulvinezuren en blijven daardoor sterker lokaal aanwezig in het maag-darmkanaal. In humaan onderzoek is na orale inname van humuszuren verandering van het colonmicrobioom waargenomen. Ook DBP's en de minerale en organische fracties maken deel uit van dezelfde omgeving waarin deze lokale processen plaatsvinden.

Daarom draait een goede samenstelling niet om het hoogst mogelijke percentage fulvinezuur, maar om een biologische balans. Een hoger fulvinezuurgehalte vergroot de hoeveelheid van deze sterk bioactieve fractie die lokaal beschikbaar is, terwijl er tegelijkertijd voldoende ruimte binnen de Shilajit-matrix moet blijven voor humuszuren en de andere karakteristieke bestanddelen.

Een product met 80% fulvinezuur is daarom niet automatisch beter dan een product met 60 of 70%. Naarmate één fractie een steeds groter deel van het geheel vormt, verandert immers ook de verhouding met de andere fracties. Juist die verhouding is relevant wanneer verschillende bestanddelen ieder op hun eigen manier kunnen bijdragen aan processen in het maag-darmmilieu.

Onze Shilajit bevat ongeveer 70% fulvinezuur. De fabrikant stuurt tijdens de verwerking op dit gehalte, waarbij kleine verschillen tussen batches en monsters normaal zijn. Het fulvinezuurgehalte wordt analytisch gecontroleerd en voor onze Shilajit onafhankelijk geverifieerd door Eurofins.

Rond dit gehalte ontstaat een interessante biologische balans. Fulvinezuur is sterk geconcentreerd ten opzichte van de lagere gehalten in ruwe Shilajit, waardoor een grote hoeveelheid van deze bioactieve fractie lokaal beschikbaar komt in het maag-darmkanaal. Tegelijkertijd blijft een betekenisvol deel van de natuurlijke matrix bestaan uit humuszuren, DBP's, mineralen en andere organische verbindingen.

Het doel is daarom niet een zo hoog mogelijk fulvinezuurgehalte. Meer fulvinezuur betekent binnen dezelfde matrix ook minder ruimte voor andere fracties. Een Shilajit met 80% fulvinezuur is om die reden niet automatisch beter dan een product rond 70%.

Ongeveer 70% kan daarom beter worden begrepen als een biologische sweetspot binnen de Shilajit-matrix: veel van de meest bioactieve fulvinezuurfractie, zonder de overige biologisch relevante bestanddelen uit het complex weg te concentreren.

Waarom reageert niet iedereen hetzelfde op Shilajit?

Niet iedereen ervaart Shilajit op dezelfde manier. Geen twee darmecosystemen zijn identiek. Iedereen beschikt over een unieke combinatie van microbiota, voedingspatronen, leefstijl, omgevingsfactoren en genetische aanleg.

Daardoor kan dezelfde stof bij verschillende mensen verschillende reacties oproepen. Dat is niet uniek voor Shilajit; hetzelfde patroon zien we ook bij voeding, probiotica en veel andere natuurproducten.

Hoe herken je goede Shilajit?

De kwaliteit van Shilajit kan sterk verschillen. Herkomst, zuivering, samenstelling en transparantie van de leverancier spelen daarbij allemaal een belangrijke rol.

Herkomst en laboratoriumtesten

De herkomst vertelt slechts een deel van het verhaal. Controleer daarom ook of de leverancier laboratoriumrapporten beschikbaar stelt waarin onder meer wordt getest op zware metalen en andere verontreinigingen.

Een betrouwbare leverancier kan uitleggen waar de Shilajit vandaan komt en hoe de kwaliteit wordt gecontroleerd.

Fulvinezuurgehalte en natuurlijke samenstelling

Veel marketing richt zich op een zo hoog mogelijk fulvinezuurgehalte. Toch bestaat Shilajit uit veel meer dan alleen fulvinezuur. Ook humuszuren, DBP's, mineralen en andere natuurlijke verbindingen maken deel uit van de oorspronkelijke samenstelling.

Een extreem hoog fulvinezuurgehalte roept daarom de vraag op hoeveel van die natuurlijke matrix nog behouden is gebleven. Op basis van de gegevens die op deze pagina zijn besproken, lijkt een gehalte van ongeveer 60 tot 70% fulvinezuur een logische balans tussen een hoog fulvinezuurgehalte en het behoud van de bredere natuurlijke samenstelling.

Claims van de verkoper

Wanneer een verkoper grote claims maakt over ATP-verhoging, mitochondriën, mineraaltransport of andere spectaculaire effecten, is het verstandig na te gaan waarop deze claims zijn gebaseerd.

Een goede leverancier hoeft zijn product niet groter te maken dan het is. Herkomst, kwaliteit, zuivering, samenstelling en transparantie zeggen uiteindelijk meer dan marketingtermen.

Hars, capsules of poeder?

Wanneer je de keuze hebt, ligt Shilajit-hars het meest voor de hand. Deze vorm ondergaat doorgaans de minste verdere bewerking en bevat geen vulstoffen, bindmiddelen of andere hulpstoffen die vaak nodig zijn voor capsules of tabletten.

Dat betekent niet dat capsules per definitie een minder goede keuze zijn. Voor sommige mensen zijn ze juist praktischer in gebruik. Wie kiest voor een zo natuurlijk mogelijke vorm, sluit met de hars het dichtst aan bij de oorspronkelijke samenstelling van Shilajit.

Vier vragen bij het beoordelen van Shilajit

  • Waar komt het product vandaan?
  • Zijn er laboratoriumtesten beschikbaar?
  • Hoe ziet de volledige samenstelling eruit?
  • Maakt de verkoper realistische of overdreven claims?  

Onze conclusie

Shilajit laat zich op basis van de beschikbare gegevens beter begrijpen als een complexe humusrijke stof die interacteert met het darmecosysteem dan als een directe ATP-booster die mitochondriën van extra energie voorziet.

Deze interpretatie sluit aan bij:

  • de eigenschappen van humuszuren;
  • de eigenschappen van fulvinezuren;
  • de beschikbare wetenschappelijke literatuur;
  • moderne gebruikerservaringen;
  • traditionele toepassingen.

Hoewel deze bronnen onafhankelijk van elkaar zijn, wijzen ze grotendeels in dezelfde richting: niet naar een directe werking in de mitochondriën, maar naar processen binnen het maag-darmkanaal.

Dat betekent niet dat alle werkingsmechanismen inmiddels volledig bekend zijn. Wel sluit deze verklaring beter aan op de beschikbare gegevens dan de populaire ATP-theorie.

Hoe gebruik je Shilajit het effectiefst?

De onderstaande gebruiksadviezen zijn gebaseerd op de eigenschappen van Shilajit en de manier waarop wij dit natuurproduct beoordelen.

Gebruik een kleine hoeveelheid

Voor de meeste mensen is een hoeveelheid ter grootte van een erwt voldoende. Meer gebruiken betekent niet automatisch dat de werking toeneemt.

Sport je intensief of belast je je lichaam bovengemiddeld, dan kun je de hoeveelheid verdubbelen en over twee innamemomenten verdelen.

Zoals bij veel natuurproducten draait het niet om een zo hoog mogelijke dosering, maar om consequent gebruik over een langere periode.

Gebruik Shilajit op een lege maag

Wij adviseren Shilajit op een lege maag in te nemen en gedurende ongeveer een half uur daarna geen voedsel te gebruiken.

Los Shilajit op in warm water

Los een kleine hoeveelheid Shilajit op in warm water. Sommige aanbieders noemen thee, koffie, smoothies of andere dranken als alternatief. Dat kan uiteraard, maar warm water vormt een eenvoudige en neutrale basis zonder extra bestanddelen die met Shilajit kunnen interacteren.

Gedemineraliseerd of gedestilleerd water

Wie Shilajit zo zuiver mogelijk wil gebruiken, kan het oplossen in gedemineraliseerd of gedestilleerd water. Deze vormen van water bevatten vrijwel geen opgeloste mineralen of andere stoffen, waardoor zo min mogelijk interacties plaatsvinden voordat Shilajit het maag-darmkanaal bereikt.

Niet vlak voor het slapen gaan

Veel gebruikers nemen Shilajit in de ochtend of vroeg op de dag. De meest genoemde ervaringen hebben betrekking op energie, vitaliteit, focus en belastbaarheid. Daarom ervaren sommige gebruikers dat inname laat op de avond minder goed samengaat met slapen.

Geef het tijd

Shilajit is geen stimulerend middel dat bedoeld is om binnen enkele minuten merkbare effecten te geven. De ervaringen die gebruikers rapporteren hebben meestal betrekking op energie, vitaliteit, herstel, focus en algemeen welzijn over een langere periode.

Beoordeel eventuele veranderingen daarom over weken, niet over enkele uren.

Houd het eenvoudig

Shilajit is van zichzelf al een complex natuurproduct. Een lege maag, warm water en consequent gebruik vormen een eenvoudige en praktische basis. Meer is in de meeste gevallen niet nodig.

Hoe lang moet ik Shilajit gebruiken?

Shilajit hoeft u niet automatisch de rest van uw leven te blijven gebruiken. Wanneer Shilajit het darmmilieu verandert, waardoor gunstige bacteriën betere omstandigheden krijgen en ziekteverwekkende micro-organismen minder ruimte, ontstaat uiteindelijk een belangrijkere vraag: wat houdt dat nieuwe evenwicht daarna in stand?

Het antwoord ligt voor een groot deel op uw bord. Een gezond darmmicrobioom is een ecosysteem. De bacteriën die u wilt behouden, moeten via uw dagelijkse voeding de juiste voedingsstoffen blijven krijgen. Wanneer uw eet- en drinkpatroon dat ecosysteem ondersteunt, hoeft Shilajit niet permanent de rol te blijven vervullen die het bij de verandering van dat darmmilieu heeft gespeeld.

Die verandering blijft bovendien niet beperkt tot de darm. Het darmmicrobioom staat via de darm-brein-as in voortdurende wisselwerking met onder andere het zenuwstelsel, immuunsysteem en de stofwisseling. Microbiële metabolieten, immuunsignalen, hormonen en neurale verbindingen vormen samen communicatieroutes tussen darm en hersenen. Een verandering van het darmecosysteem kan daardoor systemische effecten hebben die veel verder reiken dan alleen de spijsvertering.

Dat is ook waarom het onderhouden van het ontstane ecosysteem belangrijker is dan Shilajit simpelweg onbeperkt blijven innemen. Shilajit kan het systeem helpen veranderen; uw dagelijkse voeding moet vervolgens de omstandigheden blijven creëren waarin dat systeem kan functioneren.

Daarom zien wij weinig logica in algemene adviezen als acht weken gebruiken, drie maanden gebruiken of juist levenslang blijven gebruiken. Er bestaat geen universele kalender waarop een darmmicrobioom na een bepaald aantal dagen ineens ‘klaar’ is.

Shilajit gebruiken zonder tegelijkertijd naar uw eet- en drinkpatroon te kijken, heeft dan ook weinig zin als het doel een blijvende verandering van het darmmilieu is. Uiteindelijk moet uw dagelijkse voeding het ontstane ecosysteem onderhouden — en daarmee ook de processen die vanuit dat ecosysteem elders in het lichaam worden beïnvloed.

Er zijn wel situaties waarin dat evenwicht opnieuw kan worden verstoord. Antibiotica zijn daarvan het duidelijkste voorbeeld. Ook andere geneesmiddelen beïnvloeden het darmmicrobioom. Wie dergelijke medicatie gebruikt, kan daarom niet zonder meer uitgaan van hetzelfde verloop.

De kern is dus eenvoudig: Shilajit hoeft geen levenslange dagelijkse gewoonte te worden. Het doel is niet om afhankelijk te blijven van Shilajit, maar om een darmmilieu te creëren dat daarna door een passend eet- en drinkpatroon wordt onderhouden.

Dat betekent ook dat het weinig zin heeft om het darmmilieu met Shilajit te ondersteunen en tegelijkertijd een voedingspatroon in stand te houden dat ontstekingsbevorderend werkt. Denk bijvoorbeeld aan veel toegevoegde suikers, sterk bewerkte fastfoodproducten, transvetten en overmatig alcoholgebruik. De gunstige bacteriën die u wilt behouden, moeten bovendien gevoed blijven worden, onder andere met voldoende vezels en gevarieerde plantaardige voedingsbronnen.

____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Verdieping: wetenschappelijk onderzoek en fysiologie

Vanaf hier volgt de wetenschappelijke verdieping van deze kennispagina.

Tot dit punt hebben we de informatie behandeld die voor de meeste gebruikers van Shilajit relevant is. Hieronder gaan we dieper in op de wetenschappelijke onderbouwing voor lezers die zelf willen zien waarop onze conclusies zijn gebaseerd.

We behandelen de belangrijkste Shilajitstudies afzonderlijk, inclusief onderzoeksmethode, deelnemers, studieduur, uitval, gemeten uitkomsten en eventuele commerciële financiering. Daarna leggen we de voorgestelde werkingsmechanismen langs bekende biochemie en humane fysiologie.

Wetenschappelijke studies naar Shilajit: wat is er daadwerkelijk onderzocht?

Wie zoekt naar wetenschappelijk onderzoek over Shilajit vindt al snel indrukwekkende claims over energie, mitochondriën, testosteron, geheugen, ontstekingen en zelfs ATP. Alleen zegt het bestaan van een studie nog weinig. Het maakt nogal verschil of een effect werd gevonden in een reageerbuis, bij ratten of in een dubbelblind onderzoek bij mensen.

Daarom hebben we de belangrijkste primaire onderzoeken opnieuw bekeken. Niet alleen naar de conclusie, maar ook naar de onderzoeksmethode: wie werd onderzocht, hoeveel deelnemers waren er, hoe lang duurde het onderzoek, was er een placebo, hoeveel deelnemers vielen uit, wat werd werkelijk gemeten en wie financierde het onderzoek?

Sharma et al. (2003) — bloedwaarden bij gezonde vrijwilligers

Dit vroege humane onderzoek omvatte 30 gezonde studenten van het National Institute of Ayurveda, 16 tot 30 jaar oud. Twintig deelnemers kregen gedurende 45 dagen dagelijks 2 gram gezuiverde Shilajit; tien kregen placebo. Het onderzoek wordt beschreven als dubbelblind. De deelnemers waren relatief homogeen geselecteerd: gezond, niet-rokend, geen medicatie of vitamines en een vergelijkbare sociaaleconomische achtergrond.

De onderzoekers maten onder andere bloeddruk, lichaamsgewicht, bloedbeeld, glucose, nier- en leverparameters, cholesterol, triglyceriden en antioxidatieve markers. Bloeddruk, gewicht, bloedbeeld, glucose en diverse lever- en nierwaarden veranderden niet significant. Wel rapporteerden zij lagere triglyceriden, totaal cholesterol, LDL en VLDL, hoger HDL en veranderingen in antioxidatieve markers.

De auteurs concludeerden hieruit dat Shilajit in deze groep hypolipidemische en antioxidatieve activiteit liet zien.

Belangrijk: dit onderzoek mat geen ATP-productie, mitochondriale functie of 'cellulaire energie'.

Er werd in het artikel geen duidelijke commerciële financieringsverklaring gevonden. De gebruikte Shilajit werd wel chemisch geanalyseerd door Dabur Research Foundation.

Biswas et al. (2010) — oligospermie

Van 60 beoordeelde infertiele mannen werden 35 mannen met oligospermie geïncludeerd. Zij kregen 90 dagen lang 100 mg processed Shilajit tweemaal daags na de maaltijd. Er was in deze studie geen parallelle placebogroep; de deelnemers werden met hun eigen uitgangswaarde vergeleken. Zeven van de 35 deelnemers vielen uit, waardoor uiteindelijk 28 mannen werden geanalyseerd.

Gemeten werden onder andere spermaconcentratie, totaal aantal spermacellen, motiliteit, normale morfologie, oxidatieve stress in semen en hormonen. Bij de 28 completers rapporteerden de onderzoekers stijgingen in spermaconcentratie, totaal spermatal, motiliteit, normaal gevormde spermacellen, testosteron en FSH.

Hun conclusie was dat processed Shilajit in deze patiëntengroep spermatogene activiteit liet zien.

De studie had een duidelijke commerciële verbinding: twee auteurs waren verbonden aan Natreon en Natreon financierde het onderzoek.

Ook hier werd geen mitochondriale ATP-productie bij mensen gemeten.

Pandit et al. (2016) — testosteron

Voor deze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie werden aanvankelijk 145 mannen beoordeeld. Daarvan werden 96 gezonde mannen van 45–55 jaar geïncludeerd en willekeurig verdeeld over twee groepen van 48.

Tijdens de studie stopten 21 deelnemers. Uiteindelijk completeerden 38 mannen de Shilajitgroep en 37 de placebogroep. Zij gebruikten 90 dagen lang tweemaal daags 250 mg gezuiverde Shilajit of een identiek uitziend placebo.

Totaal testosteron, vrij testosteron, DHEAS, LH en FSH werden op verschillende meetmomenten bepaald. Na 90 dagen waren totaal en vrij testosteron en DHEAS significant hoger in de Shilajitgroep dan in de placebogroep.

De auteurs concludeerden dat gezuiverde Shilajit in deze specifieke groep gezonde mannen totaal en vrij testosteron verhoogde.

Natreon financierde het onderzoek.

Opvallend voor de veel voorkomende marketingclaim: dit onderzoek concludeert nergens dat orale Shilajit ATP-productie bij mensen verhoogt. ATP werd niet gemeten.

Das et al. (2016) — genexpressie in menselijke spieren

Deze studie onderzocht slechts 16 volwassenen met overgewicht of obesitas klasse I: zes mannen en tien vrouwen. Er was geen parallelle placebogroep. Iedereen gebruikte 250 mg gezuiverde Shilajit tweemaal daags.

Na acht weken werden bloed en spierbiopten onderzocht. Daarna volgden nog vier weken waarin dezelfde Shilajitdosering werd gecombineerd met een trainingsprogramma. Alle 16 deelnemers voltooiden de twaalf weken.

De onderzoekers vonden na acht weken veranderingen in de expressie van een cluster van 17 genen, voornamelijk gerelateerd aan extracellulaire matrix, mechanotransductie, elasticiteit, reparatie en regeneratie.

De auteurs concludeerden dat orale Shilajit-suppletie in deze kleine groep gepaard ging met upregulatie van ECM-gerelateerde genen en spraken over mogelijke ondersteuning van spieradaptatie.

Dat is een transcriptomicsstudie: genexpressie werd gemeten. Geen ATP-productie.

Het onderzoek kreeg zowel publieke NIH-financiering als een onderzoeksbijdrage van Natreon.

Keller et al. (2019) — vermoeidheid en spierkracht

Deze dubbelblinde, placebogecontroleerde studie includeerde 63 recreatief actieve jonge mannen, gemiddeld ongeveer 21 jaar oud. Zij werden willekeurig verdeeld over drie groepen van ieder 21 deelnemers: 250 mg Shilajit per dag, 500 mg per dag of placebo, gedurende acht weken.

De onderzoekers gebruikten een gestandaardiseerd inspanningsprotocol met maximale isometrische spierkracht en twee sets van 50 maximale knie-extensies. Daarnaast werd serum-hydroxyproline bepaald als marker voor collageenafbraak.

De resultaten waren niet eenvoudigweg 'meer kracht'. Vooral bij 500 mg en in specifieke analyses/subgroepen werd een kleinere daling van spierkracht na het vermoeidheidsprotocol gevonden.

De studie werd volledig gefinancierd door Natreon.

Hoewel ATP in de theoretische achtergrond wordt genoemd, werd ATP zelf niet gemeten.

Das et al. (2019) — huid, microcirculatie en genexpressie

In dit gerandomiseerde onderzoek werden 45 gezonde vrouwen tussen 30 en 65 jaar verdeeld over drie groepen van ieder 15 deelnemers: placebo, 125 mg Shilajit tweemaal daags of 250 mg tweemaal daags.

De interventie duurde veertien weken. Er waren zes meetmomenten. Huidbiopten werden gebruikt voor transcriptomics en daarnaast werd microperfusie van de huid onderzocht.

De onderzoekers vonden veranderingen in genexpressie die vooral betrekking hadden op extracellulaire matrix en microvasculaire processen.

Hun conclusie was voorzichtig: het onderzoek gaf volgens hen mechanistische aanwijzingen voor effecten op huidgerelateerde vaat- en ECM-processen en vormde aanleiding voor verder mechanistisch onderzoek.

Ook dit is dus vooral een mechanistische genexpressiestudie, niet een klinische demonstratie van algemene huidverbetering.

Het onderzoek werd deels publiek gefinancierd en deels door Natreon.

Sadeghi et al. (2020) — genezing van tibiafracturen

Dit is methodologisch een van de grotere humane studies.

In drie ziekenhuizen in Teheran werden 160 patiënten van 18–60 jaar met een nieuwe tibiafractuur geïncludeerd. Ze werden willekeurig verdeeld over twee groepen van ieder 80 deelnemers. Het onderzoek was dubbelblind en placebogecontroleerd.

Na chirurgie kregen patiënten gedurende 28 dagen tweemaal daags 500 mg Momiai/Shilajit of placebo. Botgenezing werd vervolgens met herhaalde röntgenfoto's gevolgd.

De gemiddelde tijd tot radiologisch vastgestelde botunion was 129 dagen in de interventiegroep tegenover 153 dagen in de placebogroep. Het verschil lag net binnen statistische significantie (p < 0,049). Bijwerkingen verschilden niet significant tussen de groepen.

De onderzoekers concludeerden dat orale Momiai na tibiaschachtfractuurchirurgie een veelbelovende mogelijkheid kan zijn om de genezingstijd te verkorten.

Uit de publiek toegankelijke primaire publicatie kon geen commerciële financieringsrelatie worden vastgesteld.

Pingali & Nutalapati (2022) — botdichtheid bij vrouwen met osteopenie

Deze studie duurde met 48 weken aanzienlijk langer dan de meeste Shilajitonderzoeken.

Van 68 gescreende postmenopauzale vrouwen met osteopenie werden 60 vrouwen tussen 45 en 65 jaar geïncludeerd en gerandomiseerd naar placebo, 250 mg Shilajit per dag of 500 mg per dag. Het onderzoek was prospectief, gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd en parallel opgezet.

Eén deelnemer uit de 250-mg-groep stopte vóór de eerste follow-up. Uiteindelijk voltooiden 59 vrouwen het onderzoek: 19 placebo en 20 in elk van de twee Shilajitgroepen.

Botmineraaldichtheid van de lumbale wervelkolom en femurhals werd gemeten op baseline, week 24 en week 48. Daarnaast werden biomarkers voor botturnover, oxidatieve stress en inflammatie bepaald.

De placebogroep verloor gedurende de studie botmineraaldichtheid; dat verlies was in beide Shilajitgroepen kleiner. Ook veranderden meerdere biomarkerwaarden.

De auteurs concludeerden dat het onderzochte Shilajitextract in deze specifieke populatie hielp de botmineraaldichtheid te behouden.

Natreon leverde het onderzoeksproduct en de biomarkerkits. De auteurs rapporteerden geen persoonlijke belangenconflicten.

Neltner et al. (2022/2024) — biomarker voor collageensynthese

Vijfendertig recreatief getrainde jonge mannen, gemiddeld 21,1 jaar, werden gerandomiseerd naar 500 mg Shilajit per dag (n=13), 1000 mg (n=12) of placebo (n=10). Het onderzoek was dubbelblind en placebogecontroleerd en duurde acht weken.

De onderzoekers maten serum pro-c1α1, een biomarker voor type-I-collageensynthese.

Deze biomarker steeg gemiddeld significant in beide Shilajitgroepen en niet significant in de placebogroep. De auteurs concludeerden daarom dat de data wijzen op verhoogde type-I-collageensynthese, zoals afgeleid uit deze biomarker.

Dat onderscheid is belangrijk: er werd geen nieuw collageenweefsel rechtstreeks gemeten in bot, pees, huid of spier.

Natreon financierde en ondersteunde het onderzoek.

Mosavi et al. (2023) — seksuele functie bij vrouwen

Dit onderzoek werd uitgevoerd bij vrouwen die een centrum voor traditionele geneeskunde in Teheran bezochten. De sampling was convenience sampling.

Van 120 beoordeelde vrouwen voldeden 35 niet aan de criteria en 37 wilden niet deelnemen. De resterende 48 vrouwen werden via block randomisation 1:1 verdeeld over Shilajit en placebo. De deelnemer, onderzoeker én data-analist waren geblindeerd: een triple-blind onderzoeksopzet.

De vrouwen kregen 200 mg Shilajit tweemaal daags gedurende 60 dagen. Uiteindelijk vielen twee vrouwen uit de Shilajitgroep en drie uit de placebogroep. De analyse omvatte daardoor 43 vrouwen.

Seksuele functie werd met de Female Sexual Function Index gemeten. De scores verbeterden in de interventiegroep. Sexual Quality of Life verbeterde daarentegen niet significant ten opzichte van placebo.

De auteurs concludeerden dat Shilajit mogelijk de seksuele functie en verschillende deelgebieden daarvan kan verbeteren, maar riepen expliciet op tot grotere studies.

De financiering kwam van Tarbiat Modares University en Shahid Beheshti University of Medical Sciences. De auteurs rapporteerden geen belangenconflicten.

Yadav et al. (2026) — fysieke prestaties: een open-label pilot

Dit recente onderzoek laat goed zien waarom alleen het woord 'humaan onderzoek' onvoldoende informatie geeft.

Er werden 27 personen gescreend en 25 gezonde mannen geïncludeerd. Alle 25 voltooiden de studie. Iedereen gebruikte hetzelfde product: 250 mg TruBlk Shilajit resin tweemaal daags, 28 dagen lang. Er was geen placebogroep en geen blindering.

Verschillende fysieke prestaties, lichaamssamenstelling en bloedmarkers veranderden tijdens de 28 dagen.

Maar omdat iedere deelnemer wist dat hij Shilajit gebruikte en er geen controlegroep was, is deze studie methodologisch veel minder sterk voor het onderscheiden van interventie-effecten van training, verwachting, natuurlijke variatie en andere veranderingen.

Dat erkennen de onderzoekers zelf: zij noemen de resultaten voorlopig en vragen om grotere gerandomiseerde placebogecontroleerde studies.

Ook de commerciële context is relevant. Meerdere auteurs werken voor Amaara Botanicals, producent van het gebruikte TruBlk-product.

Waar komt de claim over mitochondriën en 'celenergie' vandaan?

Dit is misschien wel het belangrijkste onderscheid in de hele Shilajit-literatuur.

De bekende directe mitochondriale studie van Surapaneni et al. uit 2012 was geen humane studie.

Het ging om ratten waarbij een experimenteel model van chronische vermoeidheid werd opgewekt door de dieren 21 dagen achter elkaar vijftien minuten per dag gedwongen te laten zwemmen.

Ze kregen Shilajit in doses van 25, 50 of 100 mg/kg. Vervolgens werden gedrag, HPA-asparameters en in de prefrontale cortex mitochondriale complexen I, II, IV en V, membraanpotentiaal en oxidatieve-stressparameters onderzocht.

Shilajit verminderde verschillende afwijkingen die door dit experimentele model waren ontstaan en stabiliseerde mitochondriale enzymactiviteit en membraanpotentiaal.

De auteurs concludeerden dat Shilajit de effecten van het vermoeidheidsmodel bij ratten verminderde, mogelijk via modulatie van de HPA-as en behoud van mitochondriale functie.

Dat is een reële onderzoeksbevinding.

Maar de onderzochte route is:

rat → kunstmatig vermoeidheidsmodel → hersenweefsel → mitochondriale enzymen

en niet:

mens → orale Shilajit → aantoonbaar hogere mitochondriale ATP-productie.

Een van de auteurs was verbonden aan de R&D-afdeling van Natreon; het gebruikte gestandaardiseerde Shilajitproduct kwam eveneens van Natreon.

In de humane PrimaVie-studies hierboven werd mitochondriale ATP-productie niet rechtstreeks gemeten.

Fulvinezuur en Alzheimer: eveneens een ander onderzoeksmodel

Een vaak aangehaald onderzoek uit 2011 van Cornejo et al. onderzocht fulvinezuur, niet orale Shilajit bij Alzheimerpatiënten.

In een laboratoriummodel werd onderzocht wat fulvinezuur deed met tau-eiwitten. Fulvinezuur remde in vitro de vorming van tau-fibrillen en beïnvloedde reeds gevormde fibrillen.

De onderzoekers zelf concludeerden dat fulvinezuur een interessante kandidaat was voor verder onderzoek en schreven expliciet dat vervolgonderzoek nodig was om activiteit in vivo vast te stellen.

De studie werd gefinancierd via publieke/onderzoeksfondsen, waaronder Fondecyt, CORFO, Fondef en de Alzheimer's Association.

De correcte keten is dus:

fulvinezuur → geïsoleerd tau-eiwit → in-vitro-effect

en niet:

Shilajit innemen → fulvinezuur bereikt menselijk hersenweefsel → tau wordt afgebroken → Alzheimer wordt behandeld.

Dieronderzoek: waardevol, maar een andere bewijscategorie

Er bestaan aanzienlijk meer dierstudies dan humane studies.

Zo rapporteerden Goel et al. anti-inflammatoire en anti-ulcerogene effecten in verschillende rattenmodellen. Ghosal en collega's onderzochten leren, geheugen en angstgedrag bij ratten. Andere studies onderzochten experimentele diabetes, hersenletsel, maagbeschadiging, botvorming en immuunparameters in uiteenlopende diermodellen.

Dit onderzoek kan helpen bij het ontwikkelen van hypotheses en mogelijke mechanismen.

Maar het bewijst niet automatisch dat dezelfde dosis, blootstelling, farmacokinetiek en biologische route bij orale inname door mensen bestaat.

Wat laat het totaalbeeld zien?

De humane Shilajit-literatuur is niet leeg. Er zijn daadwerkelijk gerandomiseerde en placebogecontroleerde studies waarin effecten werden gevonden op specifieke uitkomsten zoals testosteron, botmineraaldichtheid, een collageenmarker, seksuele functie en bepaalde vermoeidheids-/krachtparameters.

Tegelijk bestaat een aanzienlijk deel van de moderne humane literatuur uit relatief kleine studies en komt een opvallend deel van de PrimaVie-literatuur uit onderzoeksprojecten die door Natreon werden gefinancierd, ondersteund of van onderzoeksproduct werden voorzien.

Dat maakt de resultaten niet automatisch onjuist. Het is wel relevante informatie bij het wegen van het bewijs.

Nog belangrijker is dat verschillende veelgebruikte marketingclaims verder gaan dan de eindpunten die in de humane onderzoeken werkelijk zijn gemeten.

Vooral voor ATP en 'cellulaire energie' is dat verschil duidelijk: we vonden geen primaire humane studie waarin na orale Shilajit-inname rechtstreeks een stijging van mitochondriale ATP-productie werd gemeten en vervolgens door de onderzoekers werd geconcludeerd dat Shilajit bij mensen ATP verhoogt.

De directe mitochondriale gegevens komen vooral uit preklinische modellen.

Dat is precies waarom wij bij iedere claim dezelfde vraag stellen:

Wat is daadwerkelijk gemeten — en in welk biologisch model?

Overzicht van de belangrijkste humane onderzoeken

StudiePopulatieOpzetn / uitvalDuurWerkelijk gemetenFinanciering / relatie
Sharma 2003gezonde studenten 16–30 jrdubbelblind, placebo30: 20/1045 dagenbloedchemie, lipiden, antioxidantmarkersgeen financieringsverklaring gevonden
Biswas 2010mannen met oligospermiesingle-arm klinisch35 → 2890 dagenspermaparameters, hormonenNatreon-financiering
Pandit 2016gezonde mannen 45–55 jrdubbelblind RCT96 → 7590 dagentestosteron, DHEAS, LH, FSHNatreon-financiering
Das 201616 overweight/obese volwassenensingle-arm mechanistisch16, allen voltooid12 wekenspierbiopt, genexpressieNIH + Natreon
Keller 2019recreatief actieve jonge mannendubbelblind RCT63, 21 per groep8 wekenkracht na vermoeidheid, hydroxyprolineNatreon
Das 2019gezonde vrouwen 30–65 jrgerandomiseerd, 3 groepen45, 15 per groep14 wekenhuidtranscriptomics, microperfusiepubliek + Natreon
Sadeghi 2020tibiafractuurpatiëntendubbelblind RCT160, 80/8028 dagen behandeling + follow-upradiologische botuniongeen commerciële financiering vastgesteld
Pingali 2022postmenopauzale vrouwen met osteopeniedubbelblind RCT60 → 5948 wekenBMD + biomarkersNatreon leverde product/kits
Neltner 2022/24getrainde jonge mannendubbelblind RCT35: 13/12/108 wekenserum pro-c1α1Natreon
Mosavi 2023vrouwen 18–45 jrtriple-blind RCT48 → 4360 dagenFSFI, sexual quality of lifeuniversitaire financiering
Yadav 2026gezonde mannenopen-label, geen controle25 → 2528 dagenprestaties en biomarkerssterke fabrikantverbinding

Bronnen en primaire publicaties

Sharma P, Jha J, Shrinivas V, Dwivedi LK, Suresh P, Sinha M. Shilajit: evaluation of its effects on blood chemistry of normal human subjects. Ancient Science of Life. 2003;23(2):114–119. PMID 22557121.

Biswas TK, Pandit S, Mondal S, et al. Clinical evaluation of spermatogenic activity of processed Shilajit in oligospermia. Andrologia. 2010;42(1):48–56. DOI: 10.1111/j.1439-0272.2009.00956.x.

Cornejo A, Jiménez JM, Caballero L, Melo F, Maccioni RB. Fulvic acid inhibits aggregation and promotes disassembly of tau fibrils associated with Alzheimer's disease. Journal of Alzheimer's Disease. 2011;27(1):143–153. DOI: 10.3233/JAD-2011-110623.

Surapaneni DK, Adapa SRSS, Preeti K, et al. Shilajit attenuates behavioral symptoms of chronic fatigue syndrome by modulating the hypothalamic-pituitary-adrenal axis and mitochondrial bioenergetics in rats. Journal of Ethnopharmacology. 2012;143:91–99. PMID 22771318.

Pandit S, Biswas S, Jana U, et al. Clinical evaluation of purified Shilajit on testosterone levels in healthy volunteers. Andrologia. 2016;48:570–575. DOI: 10.1111/and.12482.

Das A, Datta S, Rhea B, et al. The Human Skeletal Muscle Transcriptome in Response to Oral Shilajit Supplementation. Journal of Medicinal Food. 2016;19(7):701–709. DOI: 10.1089/jmf.2016.0010.

Keller JL, Housh TJ, Hill EC, et al. The effects of Shilajit supplementation on fatigue-induced decreases in muscular strength and serum hydroxyproline levels. Journal of the International Society of Sports Nutrition. 2019;16:3. DOI: 10.1186/s12970-019-0270-2.

Das A, El Masry MS, Gnyawali SC, et al. Skin Transcriptome of Middle-Aged Women Supplemented With Natural Herbo-mineral Shilajit Shows Induction of Microvascular and Extracellular Matrix Mechanisms. Journal of the American College of Nutrition. 2019;38(6):526–536. DOI: 10.1080/07315724.2018.1564088.

Sadeghi SMH, Hosseini Khameneh SM, Khodadoost M, et al. Efficacy of Momiai in Tibia Fracture Repair: A Randomized Double-Blinded Placebo-Controlled Clinical Trial. Journal of Alternative and Complementary Medicine. 2020;26(6):521–528. DOI: 10.1089/acm.2019.0453.

Pingali U, Nutalapati C. Shilajit extract reduces oxidative stress, inflammation, and bone loss to dose-dependently preserve bone mineral density in postmenopausal women with osteopenia. Phytomedicine. 2022;105:154334. DOI: 10.1016/j.phymed.2022.154334.

Neltner TJ, Sahoo PK, Smith RW, et al. Effects of 8 Weeks of Shilajit Supplementation on Serum Pro-c1α1, a Biomarker of Type 1 Collagen Synthesis: A Randomized Control Trial. Journal of Dietary Supplements. 2024;21(1):1–12.

Mosavi S, Tabarrai M, Tansaz M, et al. Effects of oral Shilajit tablets on sexual function and sexual quality of life among reproductive-aged women: a triple-blind randomized clinical trial. Traditional Medicine Research. 2023;8(11):66. DOI: 10.53388/TMR20230305002.

Yadav D, Mishra S, Shah KM, et al. Safety and Efficacy of TruBlk Shilajit Resin Supplementation on Physical Performance and Blood Biomarkers in Healthy Adults: A 28-Day Open-Label Pilot Study. Cureus. 2026;18:e102372. DOI: 10.7759/cureus.102372.

Een casus van misleidende Shilajitmarketing

In februari 2026 onderzocht journalist Liesa Pauwels van AFP Nederland een opvallende casus rond de online verkoop van Shilajit. Een vermeende arts adviseerde via Instagram Shilajit voor uiteenlopende gezondheidsproblemen. AFP ontdekte dat deze persoon niet als arts kon worden teruggevonden, dat AI-gegenereerd beeldmateriaal werd gebruikt en dat de berichten uiteindelijk naar een commerciële verkoper leidden.

De journalistieke waarde van deze casus ligt voor ons vooral in het zichtbaar maken van hoe ver marketing rond Shilajit kan gaan: een fictieve deskundige, medische uitstraling, brede gezondheidsclaims en een commerciële verkooproute worden samengebracht tot een verhaal dat voor consumenten betrouwbaar kan lijken.

Ons eigen onderzoek naar de werking van Shilajit geeft een ander en veel uitgebreider beeld. De humane literatuur is beperkt, maar niet leeg. In humane studies zijn daadwerkelijk veranderingen in specifieke fysiologische uitkomsten gemeten en zowel traditionele toepassingen als moderne gebruikerservaringen beschrijven terugkerende positieve ervaringen rond onder andere energie, vitaliteit, herstel, focus en libido.

Onze kritiek richt zich daarom niet op het bestaan van deze waarnemingen, maar op wat er vervolgens van wordt gemaakt: een ervaren of gemeten effect is nog geen vrijbrief om er allerlei gezondheidsclaims en niet-aangetoonde werkingsmechanismen aan te koppelen.

Lees de casus bij AFP Nederland: Instagram-'dokter' promoot onbewezen shilajit-supplementen
AFP Nederland — volledige factcheck: https://factchecknederland.afp.com/doc.afp.com.96UV3ZQ

Een fysiologisch sterke verklaring

Wanneer we alle onderzoeken naast elkaar leggen, ontstaat een interessante situatie.

In humane onderzoeken naar Shilajit zijn daadwerkelijk veranderingen gemeten. Zo werden onder andere veranderingen in testosteron en andere hormonale parameters gevonden. Die waarnemingen staan op zichzelf.

De volgende vraag is daarom: welke fysiologische verklaring past het beste bij wat er is waargenomen?

De veelgebruikte verklaring loopt via fulvinezuur, mineralentransport, mitochondriën en ATP. Fulvinezuur zou mineralen naar de cellen vervoeren, daar de mitochondriën ondersteunen en zo de productie van ATP verhogen. Vanuit die verhoogde ‘celenergie’ zouden vervolgens allerlei systemische effecten ontstaan.

Wanneer we die route stap voor stap langs bekende biochemie en humane fysiologie leggen, loopt het verhaal vast.

Van de darm naar een mitochondrium

Een oraal ingenomen stof bevindt zich niet vanzelf in een mitochondrium.

Om daar rechtstreeks te kunnen werken, moet een relevante component eerst het maag-darmmilieu doorstaan, beschikbaar komen voor absorptie, de darmbarrière passeren, in voldoende concentratie systemisch beschikbaar worden, zich handhaven in een bloedbaan vol ionen, metabolieten en eiwitten, verwerking en klaring doorstaan, het juiste weefsel bereiken en vervolgens het celmembraan passeren.

Daar begint pas de intracellulaire route.

Binnen de cel moet de stof op de juiste plaats terechtkomen en uiteindelijk het mitochondrium bereiken. Ook dat mitochondrium vormt geen open compartiment. Het heeft een buitenmembraan en een sterk selectieve binnenmembraan, met eigen transportsystemen die bepalen welke moleculen en ionen waar terechtkomen.

Dat zijn fundamentele farmacokinetische en celbiologische barrières.

Precies daarom is gerichte aflevering van stoffen in cellen en specifieke intracellulaire compartimenten binnen de farmacologie zo moeilijk.

Het populaire verhaal slaat deze hele route vrijwel volledig over.

Oraal innemen → cel → mitochondrium is geen mechanisme.

Het zijn drie locaties met daartussen een lange reeks biologische barrières.

Binden is geen bezorgen

Bij de mineralentransportclaim ontstaat een nog fundamenteler probleem.

Fulvine- en humuszuren bestaan uit heterogene organische fracties met uiteenlopende functionele groepen en complexerende eigenschappen. Juist het vermogen om met metaalionen te interageren wordt in het commerciële verhaal vertaald naar de claim dat fulvinezuur mineralen naar cellen zou ‘transporteren’.

Maar complexvorming is geen gericht transportsysteem.

Een stof die een metaalion bindt, krijgt daarmee geen bestemming.

Ze weet niet welk mineraal essentieel is, welke cel dat mineraal nodig heeft, wanneer het moet worden losgelaten of aan welke kant van een membraan dat moet gebeuren.

Bovendien vindt die chemie niet plaats in een lege reageerbuis. Vanaf het moment van orale inname bevindt het materiaal zich achtereenvolgens in biologische omgevingen vol concurrerende ionen, moleculen, eiwitten en andere liganden.

Daarna wordt het verhaal nog merkwaardiger.

Dezelfde complexerende eigenschap wordt gebruikt om te beweren dat fulvinezuur essentiële mineralen naar de cel brengt én ongewenste metalen en andere stoffen uit de cel helpt verwijderen.

Daarmee wordt van een chemische bindingsmogelijkheid ineens een systeem gemaakt dat essentiële en ongewenste stoffen van elkaar onderscheidt, de juiste mineralen vasthoudt, deze door verschillende biologische compartimenten vervoert, de juiste cel vindt, het celmembraan passeert, de gewenste mineralen daar aflevert en tegelijkertijd ongewenste stoffen selecteert en afvoert.

Die functies volgen niet uit chelatie of complexvorming.

Binden is geen adresseren.

Complexeren is geen aflevermechanisme.

En chemische affiniteit is geen intelligent selectiesysteem.

De bekende chemische eigenschap wordt hier gebruikt om biologische functies te suggereren die er niet uit voortvloeien.

En dan moet ATP nog worden verhoogd

Zelfs daarmee is de keten niet rond.

Na alle voorafgaande stappen moet de relevante component het mitochondrium bereiken en daar vervolgens de ATP-productie verhogen.

Maar ATP-productie is geen proces waaraan simpelweg ‘energie’ kan worden toegevoegd.

Mitochondriale ATP-productie ontstaat uit een gereguleerd samenspel van onder andere substraatbeschikbaarheid, elektronentransport, zuurstof, protonengradiënt, ADP en ATP-synthase.

Een effect op mitochondriën onder laboratoriumomstandigheden betekent daarom niet automatisch een verhoging van ATP na orale inname bij mensen.

Dat verschil is belangrijk bij het interpreteren van onderzoek naar fulvinezuur. Een in-vitro-experiment laat zien wat er gebeurt wanneer een bepaalde stof of fractie onder gecontroleerde omstandigheden rechtstreeks wordt blootgesteld aan cellen of mitochondriën.

Dat construeert niet de biologische route:

orale inname → absorptie → systemische distributie → intracellulaire beschikbaarheid → mitochondriale toegang → verhoogde ATP-productie

Toch wordt juist die route gebruikt om ‘meer celenergie’ als verklaring voor uiteenlopende effecten van Shilajit te presenteren.

De waarnemingen blijven echter bestaan

Wanneer de ATP-verklaring biochemisch vastloopt, verdwijnen de waarnemingen uit humane Shilajitstudies niet.

Dus zijn we opnieuw begonnen bij de fysiologie.

En dan ligt het eerste logische aangrijpingspunt niet diep binnen in een mitochondrium.

Het ligt direct voor ons:

de darm.

Shilajit wordt oraal ingenomen. De humische bestanddelen komen daardoor rechtstreeks in contact met het maag-darmmilieu, de darmwand en het daar aanwezige microbiële ecosysteem.

Voor biologische interactie van orale humuszuren met het humane darmmicrobioom bestaat bovendien experimenteel bewijs.

Humuszuren veranderen het humane darmmicrobioom

Swidsinski en collega's onderzochten in 2017 veertien gezonde vrijwilligers die gedurende 45 dagen oraal humuszuren gebruikten.

Met FISH-analyse werden bacteriële populaties in fecale monsters gevolgd. De totale bacteriële concentratie nam gedurende de interventie toe: ongeveer 20% na tien dagen, 30% rond dag 31 en 32% aan het einde van de onderzoeksperiode. De individuele microbiële profielen bleven daarbij grotendeels herkenbaar.

Dat is een belangrijke waarneming.

Hier hoeft geen ingewikkelde systemische transportroute te worden geconstrueerd. De interactie vindt plaats waar het materiaal na orale inname rechtstreeks terechtkomt:

in het maag-darmkanaal.

Swidsinski A, Dörffel Y, Loening-Baucke V, et al. Impact of humic acids on the colonic microbiome in healthy volunteers. World Journal of Gastroenterology. 2017;23(5):885–890. DOI: 10.3748/wjg.v23.i5.885.

Lokaal aangrijpen kan systemisch doorwerken

De darm is fysiologisch geen geïsoleerd compartiment.

Darmwand, microbiota, immuunsysteem, entero-endocriene cellen, circulatie en zenuwstelsel vormen samen een communicatienetwerk waarmee lokale veranderingen elders in het lichaam kunnen doorwerken.

Daarbij bestaan meerdere routes naast elkaar.

Microbiële metabolieten kunnen lokaal en systemisch signaleren. Immuunactiviteit kan via cytokinen en andere mediatoren worden vertaald naar effecten buiten de darm. Entero-endocriene cellen reageren op de darminhoud en microbiële producten en geven signaalstoffen af. Afferente zenuwbanen, waaronder de nervus vagus, geven informatie vanuit het gastro-intestinale systeem door aan het centrale zenuwstelsel.

Ook metabole en hormonale signalen maken deel uit van deze communicatie.

Daarmee kan modulatie vanuit de darm doorwerken in processen rond:

  • immuunregulatie;
  • neuro-endocriene regulatie;
  • stressrespons en de HPA-as;
  • neurotransmitters en hun voorlopers;
  • tryptofaanmetabolisme;
  • hormonale regulatie;
  • metabole signalering;
  • hersenfunctie en gedrag.

Een lokaal aangrijpingspunt kan dus systemische gevolgen hebben zonder dat de oorspronkelijke stof zelf naar ieder orgaan hoeft te reizen waar uiteindelijk een effect wordt gemeten.

Het lichaam beschikt al over de fysiologische infrastructuur om lokale informatie systemisch te vertalen.

Testosteron laat zien waarom dit relevant is

De testosteronbevinding uit humaan Shilajitonderzoek is een goed voorbeeld.

Testosteronproductie wordt niet primair aangestuurd door een algemene opdracht om meer ATP te produceren.

De regulatie loopt via de hypothalamus-hypofyse-gonade-as.

De hypothalamus reguleert de afgifte van GnRH. GnRH stimuleert de hypofyse tot afgifte van onder andere LH. LH bereikt vervolgens de Leydigcellen in de testes en stimuleert daar de steroïdogenese.

De primaire regulatie begint dus hoger in het systeem.

De hypothalamus integreert informatie over de toestand van het lichaam. Neurale, metabole, hormonale en immuunsignalen spelen daarin een rol.

Dat is precies het soort informatie dat ook vanuit de darmomgeving kan worden beïnvloed en doorgegeven.

Daarmee ontstaat een fysiologisch directe route naar een verandering in hormonale regulatie:

lokale darminteractie
→ verandering in metabole, immuun-, endocriene en/of neurale signalering
→ centrale neuro-endocriene regulatie
→ HPG-as
→ testosteronproductie

Daarvoor hoeft fulvinezuur geen Leydigcel binnen te dringen om daar eerst ‘meer celenergie’ te produceren.

ATP is niet het primaire regelsignaal waarmee de HPG-as de testosteronproductie aanstuurt.

De bekende fysiologie bevat dus al een regulatiesysteem waarmee een lokaal ontstane verandering uiteindelijk een hormonale respons kan bereiken.

Een verklaring vanuit de humane fysiologie

Wanneer we de beschikbare Shilajitliteratuur, het humane onderzoek naar humuszuren en de bekende humane fysiologie naast elkaar leggen, ontstaat daarmee de volgende route:

Shilajit / humische fracties
→ lokale interactie in het maag-darmkanaal
→ modulatie van microbiota en darmomgeving
→ metabole, immuun-, endocriene en neurale signalering
→ modulatie van bestaande regulatiesystemen
→ systemische effecten

De kracht van deze benadering zit niet in één spectaculaire nieuwe ontdekking.

Juist het tegenovergestelde.

Er hoeft nauwelijks nieuwe fysiologie voor te worden bedacht.

Het eerste aangrijpingspunt ligt waar het ingenomen materiaal daadwerkelijk terechtkomt. Biologische beïnvloeding van het humane colonmicrobioom door orale humuszuren is experimenteel waargenomen. Vanuit de darm bestaan meerdere bekende routes voor systemische communicatie. Centrale regulatiesystemen integreren dergelijke informatie en sturen vervolgens perifere fysiologische processen aan.

De verschillende onderdelen sluiten daardoor aan op processen die het menselijke lichaam al gebruikt.

We hebben geprobeerd deze verklaring onderuit te halen

Dat was voor ons een essentieel onderdeel van de analyse.

Een aannemelijk verhaal bedenken is eenvoudig. Alleen gegevens verzamelen die daarbij passen, zegt vervolgens weinig over de kracht ervan.

Daarom hebben we het omgedraaid.

We hebben geprobeerd onze eigen verklaring te falsificeren.

Daarvoor hebben we de noodzakelijke schakels afzonderlijk langs bekende biochemie en humane fysiologie gelegd.

Kan de veronderstelde eerste interactie plaatsvinden?

Ja. Het materiaal komt na orale inname rechtstreeks in het maag-darmkanaal terecht en orale humuszuren hebben in humaan onderzoek het colonmicrobioom meetbaar beïnvloed.

Kan een lokale verandering in de darm systemisch worden doorgegeven?

Ja. Daarvoor bestaan neurale, endocriene, immuun- en metabole communicatieroutes.

Kunnen deze signalen centrale regulatiesystemen beïnvloeden?

Ja. Dat behoort tot de normale humane fysiologie.

Kunnen centrale regulatiesystemen vervolgens perifere processen beïnvloeden die in Shilajitonderzoek worden gemeten?

Ja. Neuro-endocriene assen zoals de HPG-as laten precies zien hoe centrale regulatie uiteindelijk hormonale productie in een perifeer orgaan aanstuurt.

Daarna hebben we gezocht naar de breuk.

Een noodzakelijke stap die niet kan plaatsvinden. Een bekende fysiologische barrière die de route blokkeert. Een onderdeel waarvoor een onbekend biologisch mechanisme moet worden bedacht. Een waarneming die fundamenteel met de voorgestelde route botst.

Die breuk hebben we niet gevonden.

Integendeel: hoe verder we de redenering ontleedden, hoe meer noodzakelijke schakels bleken te bestaan uit reeds bekende humane processen.

Daarom bleef deze fysiologische verklaring ook na onze poging haar onderuit te halen overeind.

Twee verklaringen langs dezelfde meetlat

Leggen we vervolgens het populaire ATP-verhaal langs dezelfde meetlat, dan ontstaat het tegenovergestelde beeld.

Daar begint de redenering met een lange farmacokinetische reis die wordt overgeslagen. Vervolgens wordt van complexvorming een selectief mineralentransportsysteem gemaakt. Daarna worden aan dezelfde fractie tegengestelde functies toegekend: gewenste stoffen afleveren en ongewenste stoffen afvoeren. Vervolgens moet intracellulaire en mitochondriale toegang plaatsvinden. En ten slotte wordt een mitochondriaal effect vertaald naar verhoogde ATP-productie en van daaruit naar uiteenlopende systemische effecten.

Hoe verder we dat verhaal ontleden, hoe meer extra functies nodig zijn om de volgende stap mogelijk te maken.

Bij de verklaring vanuit de darm gebeurt het omgekeerde.

Hoe verder we die route ontleden, hoe vaker we terechtkomen bij fysiologische processen die al bestaan.

Dat is het wezenlijke verschil.

Het ene verhaal wordt steeds ingewikkelder zodra we vragen hoe iedere stap biologisch moet plaatsvinden.

De andere benadering wordt juist herkenbaarder: darm, microbioom, metabole signalering, immuunsysteem, zenuwbanen, endocriene communicatie en centrale regulatie zijn allemaal onderdelen van dezelfde bestaande humane fysiologie.

Waarom deze verklaring overeind blijft

Deze gedachtegang is niet ontstaan uit de behoefte om Shilajit alsnog een aantrekkelijk werkingsmechanisme te geven.

Ze ontstond doordat de populaire verklaring bij biochemische ontleding vastliep, terwijl de humane waarnemingen bleven bestaan.

Daarom zijn we teruggegaan naar het eerste logische aangrijpingspunt na orale inname: de darm.

Vanuit dat punt hebben we geprobeerd een fysiologische route naar systemische effecten te construeren zonder nieuwe biologische functies te verzinnen.

Die route bleek er al te zijn.

Vervolgens hebben we geprobeerd haar te breken.

Ook dat is niet gelukt.

Daarom komen we uit op een verklaring waarin Shilajit en zijn humische fracties primair aangrijpen in het maag-darmmilieu, waar modulatie van microbiota en darmomgeving via bestaande metabole, immuun-, endocriene en neurale communicatieroutes systemisch kan doorwerken.

Dat is geen nieuw marketingverhaal tegenover een oud marketingverhaal.

We vervangen een biochemisch onhoudbare verklaring door een fysiologisch sterke verklaring die zoveel mogelijk gebruikmaakt van reeds bekende humane processen.

En het belangrijkste is misschien wel hoe we daar zijn gekomen.

Niet door te zoeken naar argumenten waarmee we gelijk konden krijgen.

We hebben gezocht naar de plek waar onze eigen verklaring zou breken.

Die plek hebben we tot nu toe niet gevonden.

Daarom is dit de fysiologische verklaring die na onze analyse overeind is gebleven.

Bronnen en geraadpleegde literatuur

Humuszuren en het humane darmmicrobioom

  • Swidsinski A, Dörffel Y, Loening-Baucke V, et al. Impact of humic acids on the colonic microbiome in healthy volunteers. World Journal of Gastroenterology. 2017;23(5):885–890. DOI: 10.3748/wjg.v23.i5.885.

Shilajit en testosteron

  • Pandit S, Biswas S, Jana U, De RK, Mukhopadhyay SC, Biswas TK. Clinical evaluation of purified Shilajit on testosterone levels in healthy volunteers. Andrologia. 2016;48(5):570–575. DOI: 10.1111/and.12482.

Shilajit, mitochondriën en ATP

  • Bhattacharyya S, Pal D, Banerjee D, et al. Shilajit dibenzo-α-pyrones: mitochondria targeted antioxidants. Pharmacological Research. 2009;59(5):313–319. DOI: 10.1016/j.phrs.2009.01.002.
  • Carrasco-Gallardo C, Guzmán L, Maccioni RB. Shilajit: a natural phytocomplex with potential procognitive activity. International Journal of Alzheimer's Disease. 2012;2012:674142. DOI: 10.1155/2012/674142.

Shilajit en humane fysiologische uitkomsten

  • Keller JL, Housh TJ, Hill EC, et al. The effects of Shilajit supplementation on fatigue-induced decreases in muscular strength and serum hydroxyproline levels. Journal of the International Society of Sports Nutrition. 2019;16:3. DOI: 10.1186/s12970-019-0270-2.
  • Das A, Datta S, Rhea B, et al. The human skeletal muscle transcriptome in response to oral Shilajit supplementation. Journal of Medicinal Food. 2016;19(7):701–709. DOI: 10.1089/jmf.2016.0010.

Darm–brein-, immuun-, endocriene en metabole communicatie

  • Cryan JF, O'Riordan KJ, Cowan CSM, et al. The Microbiota-Gut-Brain Axis. Physiological Reviews. 2019;99(4):1877–2013. DOI: 10.1152/physrev.00018.2018.
  • Morais LH, Schreiber HL IV, Mazmanian SK. The gut microbiota-brain axis in behaviour and brain disorders. Nature Reviews Microbiology. 2021;19:241–255. DOI: 10.1038/s41579-020-00460-0.
  • Martin CR, Osadchiy V, Kalani A, Mayer EA. The Brain-Gut-Microbiome Axis. Cellular and Molecular Gastroenterology and Hepatology. 2018;6(2):133–148. DOI: 10.1016/j.jcmgh.2018.04.003.

Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden
© 2021 - 2026 Surinaamse-Tonka Cosmetics | sitemap | rss | bestelling herroepen | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel